Saté Kambing (Geitensaté)

En daar gaan we weer, mijn derde gastblog voor Jamie Magazine.

De Indonesische keuken is in Nederland goed vertegenwoordigd. In elke grote stad zit wel een aantal Indonesische restaurants en afhaalzaken. En gelukkig maar, want ik vind het heerlijk! Van een uitgebreide rijsttafel tot een kom soto ayam of lemper als snack, ik lust er wel pap van. Een gerecht dat bijna elke Nederlander in zijn hart heeft gesloten is saté. Vaak gaat het dan wel om een hele verwesterde versie met kip of varken. Maar heb je wel eens saté van geit gegeten?

Misschien moet je een beetje wennen aan het idee, maar geitenvlees is enorm lekker. Het is zelfs een van de vleessoorten die over de hele wereld het meeste wordt gegeten, maar toch hebben denk ik weinig Nederlanders wel geit eten. En dat is zonde, want het is een heel smaakvol stukje vlees. Toen ik voor het eerst saté van geit proefde wist ik niet wat me overkwam. Er zit enorm veel smaak aan en vaak is de satésaus ook geen standaard pindasaus.

 Dit is een heerlijk recept waarbij ik alle lekkere dingen die ik kon vinden over saté kambing samen heb gecombineerd. En het resultaat mag er wezen. Ik schep niet graag op (of misschien ook wel) maar dit recept is echt té lekker. M’n vriendinnen aten zelfs 9 (!) stokjes per persoon.

Geitenvlees is te koop bij sommige Islamitische slagers. Als je niet weet of de jouwe het heeft, vraag het dan gewoon even. Soms hebben ze het niet standaard maar kunnen ze het wel voor je bestellen. Anders zou je ook lamsvlees kunnen gebruiken. Als je bij de slager aangeeft dat je het vlees nodig hebt om saté te maken komt het helemaal goed. Sommige recepten kan je misschien niet in elke supermarkt vinden maar een bezoekje naar de toko en je hebt alles in huis. Het personeel in de toko weet precies wat alles is, het zijn allemaal hele standaard ingrediënten voor de Indonesische keuken. Dit recept is overigens ook perfect voor op de barbecue!

DSC_1067

Ingrediënten – Voor 6 personen

 Vlees

1 kg geitenvlees
100 gr santen (blok kokos)
1 tl trassi
5 el ketjap
2 el tamarindepasta
1 stuk gember (ongeveer 3 cm)
2 tenen knoflook
1 ui
3 djuruk purut blaadjes
zout naar smaak
sateprikkers

Saus
2 rawits of rode peper
1 teen knoflook
1 tl trassi
3 flinke el pindakaas
1 el pinda- of zonnebloemolie
5 el ketjap
2 el gula djawa (palmsuiker, ik heb poeder, maar en blok of siroop werkt ook)
zout
sap van een halve limoen

1. Snijd het vlees in kleine blokjes van ongeveer 1 cm, zet apart. Snijdt voor de marinade de santen en trassi in kleine stukjes en roer dit door elkaar. Doe de ketjap en tamarinde erbij en meng alles tot een papje. Snijd de djuruk purut in dunne reepjes en voeg dit toe aan het mengsel. Het kan zijn dat er nog harde stukjes santen in de marinade blijven, je kan de saus eventueel heel even au bain-marie opwarmen zodat de santen smelt.

2. Snijd de gember, knoflook en ui fijn en doe deze door het mengsel. Breng op smaak met zout en voeg het geitenvlees toe, meng goed. Laat minstens 4 uur (het liefst een dag) marineren.

3. Verwarm de oven voor op de hoogste stand (voor mij is dat 250ºC). Leg de satéprikkers voordat je de saté gaat rijgen een half uurtje in water. Dit voorkomt dat ze straks gaan verbranden. Rijg het vlees op de stokjes, ik doe er ongeveer 4-5 per stokje.

4. Maak het sausje door de rawits of peper, knoflook en trassi fijn te hakken. Meng alle andere ingrediënten erdoor en roer tot er een gladde saus ontstaat.

5. Leg de saté op een bakplaat en zorg dat ze niet op elkaar liggen. Bak de saté in ongeveer 7 minuten gaar. Je kan de saté beter te lang in de oven doen dan te kort, van droge saté wordt niemand blij. Serveer het vlees met de saus. Eet smakelijk!

2 Comments

  1. Dit lijkt me werkelijk verrukkelijk!
    Ik ga van het weekend gelijk eens informeren bij mijn vaste islamitische slager 😉

  2. Ik was hier bij en ik zweer je, je moet het maken en eten!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*